Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift met producties, ter griffie binnengekomen op 2 juli 2020;
- de tussenbeschikking van 20 augustus 2020, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- het verweerschrift met producties, ter griffie binnengekomen op 5 november 2020;
- de brief van de heer [gemachtigde] van 9 november 2020, met nadere producties;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 13 november 2020, met de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
- de huidige financiële situatie van betrokken (waaronder het inkomen), waarbij ook naar de periode voor de einddatum wordt gekeken;
- of betrokkene andere schulden heeft;
- of sprake is geweest van ernstige of structurele wanbetaling;
- de omstandigheid dat betrokkene met de lening (bijvoorbeeld door de koop van een woning) niet kan wachten tot de vijfjaarstermijn is verstreken (bijvoorbeeld vanwege gezins- en woonsituatie);
- het verstrijken van de tijd sinds het inlossen van de schuld.