De rechtbank Amsterdam behandelde op 5 augustus 2021 de vordering van het Openbaar Ministerie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van een veroordeelde die een gevangenisstraf van 14 maanden uitzit. De veroordeelde was op 25 april 2021 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder algemene en bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht, begeleid wonen, deelname aan leefstijltraining en inspanningsverplichtingen.
Tijdens de proeftijd heeft de veroordeelde de bijzondere voorwaarden onvoldoende nageleefd. Zo was het contact met de reclassering en de persoonlijk begeleider minimaal, gaf hij geen bewijs van dagbesteding of betaald werk en moest hij de begeleid woonlocatie verlaten vanwege een verdenking van drugshandel. De reclasseringswerker adviseerde dat begeleid wonen noodzakelijk is voor een stabiele leefsituatie.
De rechtbank concludeerde dat de veroordeelde niet aan zijn verplichtingen voldeed en dat een hulpverleningstraject zonder begeleid wonen geen kans van slagen heeft. Ondanks het verzoek van het Openbaar Ministerie om de begeleid wonen-voorwaarde te schrappen, zag de rechtbank daar geen heil in. Gezien het korte strafrestant besloot de rechtbank de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe te wijzen en veroordeelde moet de resterende 37 dagen gevangenisstraf alsnog uitzitten.