Gronden van de beslissing
Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed consument te zijn. In dat geval moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of de bedingen die in de tussen partijen gesloten overeenkomst staan niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13 EG (richtlijn oneerlijke bedingen). De kantonrechter moet ook ambtshalve onderzoeken of eisende partij de op haar rustende informatieverplichtingen heeft nageleefd en geen sprake is van een oneerlijke handelspraktijk.
Eisende partij stelt dat de overeenkomst online tot stand is gekomen via haar website. Eisende partij stelt te hebben voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen. Ter onderbouwing verwijst zij naar schermafdrukken van het inschrijfproces, met toelichting.
De overeenkomst is te kwalificeren als een overeenkomst op afstand. Eisende partij moet daarom voldoen aan de wettelijke informatieverplichtingen en aan de overige eisen van artikel 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Uit de overgelegde schermafdrukken van het inschrijfproces kan ten aanzien van de hierboven genoemde verplichtingen het volgende worden opgemaakt:
a. De consument wordt niet gewezen op het recht op ontbinding.
b. De consument wordt niet geïnformeerd over de totale prijs van de geselecteerde opleiding. Onder het kopje “betaling” en het subkopje “Wie betaalt?” moet worden ingevuld wie de opleiding gaat betalen. Daar direct onder staat vermeld: “15 termijnen van 419 leermiddelen en (online) boekenpakket 462 85 inschrijfgeld”.
c. De consument wordt niet geïnformeerd over (de hoogte van) eventuele bijkomende vaste of variabele kosten, bijvoorbeeld in het geval de consument niet tot de opleiding wordt toegelaten terwijl de opleiding al is gestart of in sommige gevallen als wordt geannuleerd zoals nader omschreven in artikel 9 van de algemene voorwaarden.
d. Afronding van de inschrijving geschiedt door middel van het klikken op de knop ‘schrijf je nu in!’, waarboven een vinkje moet worden gezet voor akkoord met de algemene voorwaarden en “bovengenoemde prijs”.
5. Teneinde een goed geïnformeerd besluit te kunnen nemen over de verplichtingen die worden aangegaan is het noodzakelijk dat de consument wordt geïnformeerd over onder meer de totale prijs, eventuele bijkomende kosten en het recht op ontbinding. Die informatie is essentieel voor de besluitvorming. Uit hetgeen hierboven onder 4 is opgesomd, blijkt dat eisende partij essentiële, wettelijk verplichte informatie van artikel 6:230m lid 1 BW heeft weggelaten, althans essentiële informatie op onduidelijke, onbegrijpelijke of dubbelzinnige wijze aan de consument heeft verstrekt. Dat is op grond van artikel 6:193d lid 2 en 3 BW te kwalificeren als een misleidende omissie, zodat op grond van artikel 6:193d lid 1 BW sprake is van een misleidende handelspraktijk, dat op grond van artikel 6:193b lid 3 onder a BW een oneerlijke handelspraktijk is. Een overeenkomst die tot stand is gekomen als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk is vernietigbaar op grond van artikel 6:193j lid 3 BW.
6. Bovendien heeft eisende partij ook niet volledig voldaan aan de verplichtingen van artikel 6:230v BW.
7. Vóór het sluiten van de overeenkomst wijst eisende partij gedurende het aanmeldproces immers niet op alle informatie als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder a, e, o en p BW, terwijl zij daartoe verplicht is op grond van artikel 6:230v lid 2 BW. In het voorgaande is al vastgesteld dat niet op duidelijke en begrijpelijke wijze en in het oog springende manier wordt gewezen op de totale prijs en het recht op ontbinding. Dit terwijl de overeenkomst een aanzienlijke betalingsverplichting inhoudt.
8. Het elektronische bestelproces van eisende partij is daarom niet op zodanige wijze ingericht dat de consument het aanbod pas kan aanvaarden dan nadat hem op een niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat de bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Geoordeeld wordt dat een knop met de bewoordingen “schrijf je nu in” niet in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 6:230v lid 3 BW, ook niet als daarboven is aangevinkt dat akkoord wordt gegaan met de prijs. Bij het klikken op die knop is de consument direct gebonden aan de overeenkomst en de daarmee samenhangende betalingsverplichtingen, terwijl hij voorafgaand daaraan niet op duidelijke en begrijpelijke wijze wordt geïnformeerd over het feit dat de overeenkomst een betalingsverplichting inhoudt en wat de totale hoogte van die betalingsverplichting is.
9. Conclusie is dan ook dat de overeenkomst tot stand is gekomen in strijd met het bepaalde in artikel 6:230v lid 3 BW. De overeenkomst is ook op deze grond vernietigbaar.
10. Op beide gronden (rechtsoverwegingen 5 en 9) zal de kantonrechter de overeenkomst ambtshalve vernietigen, in zoverre dat de consument niet gebonden is aan de overeenkomst, terwijl eisende partij niet is ontheven van haar verplichtingen die uit de overeenkomst voortvloeien. De consument is dan ook geen betaling aan eisende partij verschuldigd.
11. Voor zover subsidiair betaling op grond van de wet (in de vorm van redelijk loon) wordt gevorderd, kan die grondslag eisende partij niet baten, gelet op de aard, strekking en uitkomst van het arrest van het HvJ EU van 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68. Geoordeeld wordt dat de gevolgen voor een handelaar die de consument een aanbod doet, terwijl het bestelproces zodanig in strijd is met dwingendrechtelijke bepalingen strekkend tot bescherming van de consument, waardoor de consument geen goed geïnformeerd besluit heeft kunnen nemen, gelijk moeten worden gesteld aan de gevolgen voor de handelaar bij het opnemen van oneerlijke bedingen in een consumentenovereenkomst, te weten geen aanspraak op bij bepalingen van aanvullend nationaal recht vastgestelde wettelijke schadevergoeding. Bovendien zou toewijzing op grond van de wet afbreuk doen aan de verplichting van de nationale rechter om doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig te sanctioneren bij inbreuken op Europeesrechtelijke wet- en regelgeving strekkende tot bescherming van de consument.
12. De vordering wordt op grond van het voorgaande afgewezen.
13. Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.