ECLI:NL:RBAMS:2021:4433

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 juni 2021
Publicatiedatum
24 augustus 2021
Zaaknummer
AMS 20/4626
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbArt. 24 Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit ongeldigverklaring rijbewijs wegens niet verschenen afspraak tijdens eerste lockdown

Eiser werd op 4 juni 2019 aangehouden wegens rijden onder invloed van drugs, waarna zijn rijbewijs werd geschorst en hij werd opgeroepen voor een onderzoek naar zijn drugsgebruik. Een eerste onderzoek concludeerde drugsmisbruik, waarna een tweede onderzoek gepland stond op 28 maart 2020.

Verweerder verklaarde het rijbewijs ongeldig omdat eiser zonder afmelding niet op deze afspraak was verschenen, terwijl eiser stelde dat hij telefonisch had vernomen dat de afspraak vanwege de coronamaatregelen was afgezegd. De rechtbank oordeelde dat, hoewel geen bewijs van het telefoongesprek was aangeleverd, de bijzondere omstandigheden van de eerste lockdown en de algemene onzekerheid toen in het voordeel van eiser spreken.

De rechtbank achtte de verklaring van eiser aannemelijk en vernietigde het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, en het griffierecht werd aan eiser toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/4626
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te Amsterdam, eiser,

en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen,verweerder
( [gemachtigde] ).

Procesverloop

Bij besluit van 1 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers rijbewijs ongeldig verklaard.
Bij besluit van 15 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek op de Skype-zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2021. Eiser is verschenen, samen met een kennis, mevrouw [naam] . Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.
Met inachtneming van artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek op de zitting mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 178,- aan eiser dient te betalen.

Motivering

1. Eiser is op 4 juni 2019 door de politie aangehouden als bestuurder van zijn personenauto. Uit een speeksel- en bloedonderzoek is gebleken dat hij onder invloed was van drugs. Verweerder heeft toen de geldigheid van eisers rijbewijs geschorst en hem meegedeeld dat hij een onderzoek naar zijn drugsgebruik moet laten doen.
2. Eiser is vervolgens opgeroepen voor een onderzoek naar zijn drugsgebruik. [Psychiater] heeft eiser onderzocht en van dat onderzoek een rapport van
15 december 2019 opgemaakt. In dit rapport staat dat sprake is van drugsmisbruik in ruime zin, dat bij de aanhouding sprake was van drugsmisbruik in ruime zin en dat het drugsmisbruik in ruime zin nog niet is beëindigd. Eiser heeft een tweede onderzoek aangevraagd en is daarvoor met een brief van 17 februari 2020 opgeroepen. Het onderzoek was ingepland op 28 maart 2020.
3. Bij het primaire besluit is het rijbewijs van eiser ongeldig verklaard en het bezwaar van eiser hiertegen is in het bestreden besluit ongegrond verklaard. Volgens verweerder is eiser namelijk zonder afmelding niet verschenen op de afspraak van 28 maart 2020. Eiser heeft daarmee niet de vereiste medewerking aan het onderzoek verleend en dat is wel verplicht op grond van artikel 24 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid (de Regeling), aldus verweerder.
4. Volgens eiser heeft hij voor zijn afspraak van 28 maart 2020 telefonisch contact met verweerder gehad vanwege de uitbraak van het Corona-virus. Op zijn vraag of het onderzoek zou doorgaan, is hem verteld dat alles is afgezegd en dus ook eisers afspraak met de psychiater van 28 maart 2020. Eiser zou een brief toegestuurd worden met daarin informatie voor een nieuwe afspraak. Dat is niet gebeurd. In plaats daarvan ontving eiser het primaire besluit waarin staat dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard.
5. De rechtbank overweegt dat eiser geen bewijs heeft aangeleverd om zijn betoog te onderbouwen. Ook is geen bewijs dat hij telefonisch contact met verweerder heeft gehad. Met eiser is de rechtbank echter van oordeel dat geen sprake is van een situatie waarin eiser niet de vereist medewerking heeft verleend aan het onderzoek, zodat verweerder ten onrechte het rijbewijs van eiser ongeldig heeft verklaard. De afspraak die gepland stond op
28 maart 2020 viel in de beginperiode van de Corona-uitbraak in Nederland en de in dat kader ingestelde maatregelen door de overheid. Gelet op deze bijzondere omstandigheden moet aan eiser het voordeel van de twijfel worden gegeven. Niet kan worden uitgesloten dat het telefoongesprek zoals door eiser naar voren is gebracht heeft plaatsgevonden. De rechtbank betrekt bij dat oordeel de algemene onzekerheid die ten tijd van, en met name juist aan het begin van de eerste lock-down heerste, waardoor verwarring en misverstanden niet zijn uit te sluiten. De rechtbank acht in het voordeel van eiser zijn verklaring, dat hem door een medeweker van verweerder is verteld dat de afspraak van 28 maart 2020 niet zou doorgaan, aannemelijk. Op die verklaring mocht eiser dan ook vertrouwen. Daarmee heeft eiser aan verweerder een geldige reden gegeven voor het niet verschijnen op de geplande afspraak en kan artikel 24 van Pro de Regeling hem niet worden tegengeworpen. Eisers beroepsgrond slaagt dan ook.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
mr. N.R. Peters
mr. A.K. Mireku
griffier is verhinderd rechter
om te tekenen
afschrift verzonden op:

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.