ECLI:NL:RBAMS:2021:4314
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vernietiging van schenkingen wegens misbruik van omstandigheden
De zaak betreft een vordering van de executeur testamentair tegen mevrouw [gedaagde] tot terugbetaling van twee schenkingen ter waarde van €16.800, die volgens eiser door misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen. Eiser stelt dat de schenker dementerend was en dat de begiftigde misbruik heeft gemaakt van haar toestand, hetgeen leidt tot vernietiging van de rechtshandeling op grond van artikel 3:44 lid 4 BW Pro.
De rechtbank stelt vast dat de schenker weliswaar dementerende was, maar dat er onvoldoende bewijs is dat zij niet in staat was haar wil te bepalen bij het doen van de schenkingen. De begiftigde heeft erkend dat de bedragen schenkingen waren en heeft aannemelijk gemaakt dat deze passen binnen de context van de situatie, waaronder een cadeau en financiering van een kankerbehandeling.
Eiser heeft onvoldoende feiten gesteld om misbruik van omstandigheden aan te tonen en daarmee ook niet voldaan aan zijn stelplicht. De bewijsregel van artikel 7:176 BW Pro, die een omkering van de bewijslast inhoudt, is daarom niet van toepassing. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vernietiging van de schenkingen wegens misbruik van omstandigheden wordt afgewezen.