ECLI:NL:RBAMS:2021:4298
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken besluit CBR over kostenvergoeding
Eiser diende een klacht in bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met het verzoek om vergoeding van gemaakte kosten. Het ministerie verwees eiser door naar het CBR voor de afhandeling van de kostenvergoeding. Eiser stelde het CBR vervolgens in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit en vorderde een dwangsom.
De rechtbank stelde vast dat het CBR reeds op 12 januari 2021 een beslissing had genomen door het schadeverzoek van eiser af te wijzen. Omdat er al een besluit was genomen, kon er geen beroep worden ingesteld tegen een fictief besluit. Het feit dat eiser zich op aanwijzing van het ministerie opnieuw tot het CBR richtte, veranderde hier niets aan.
Daarom concludeerde de rechtbank dat niet voldaan was aan de voorwaarden voor het instellen van beroep zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het CBR al een besluit heeft genomen over de kostenvergoeding.