ECLI:NL:RBAMS:2021:4080
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot uitschrijving man uit BRP van echtelijke huurwoning tijdens echtscheidingsprocedure
Partijen zijn sinds 2013 getrouwd en hebben twee minderjarige kinderen. De man heeft in april 2021 een verzoek tot echtscheiding en voorlopige voorzieningen ingediend, waarbij beiden het uitsluitend gebruik van de echtelijke huurwoning vorderden. Deze verzoeken werden afgewezen, maar er zijn voorlopige voorzieningen getroffen voor de kinderen.
De vrouw woont met de kinderen in de huurwoning, terwijl de man er feitelijk niet meer verblijft maar nog wel in de BRP staat ingeschreven. De man heeft een briefadres aangevraagd bij de gemeente Amsterdam, die binnen zes weken een beslissing zal nemen. De vrouw vordert in kort geding dat de man zich binnen drie dagen uitschrijft uit de BRP van het adres van de woning, onder dreiging van een dwangsom.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel er sprake is van een aanzienlijke huurachterstand, er geen spoedeisend belang is om de uitschrijving op korte termijn af te dwingen. De aanvraag voor een briefadres is in behandeling en ontruiming dreigt niet. De vrouw heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd dat de termijn van zes weken niet kan worden afgewacht. De vordering wordt daarom afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot uitschrijving van de man uit de BRP van de echtelijke woning wordt afgewezen.