ECLI:NL:RBAMS:2021:3892

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 mei 2021
Publicatiedatum
26 juli 2021
Zaaknummer
AMS 20/6807
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bij te laat ingediend bezwaar tegen intrekking Anw-uitkering

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft op 30 juli 2020 de Anw-uitkering van eiseres ingetrokken voor de periode augustus 2012 tot en met juli 2019. Eiseres diende vervolgens een bezwaarschrift in, dat door de SVB op 13 november 2020 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Eiseres stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting op 27 mei 2021 via videoverbinding gehouden. De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift inderdaad te laat was ingediend. De rechtbank heeft vervolgens beoordeeld of sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Uit het primaire besluit bleek dat eiseres voldoende was geïnformeerd over de wijze en termijn van bezwaar maken, waaronder een uiterste datum van 10 september 2020.

De rechtbank stelde vast dat eiseres niet tijdig bezwaar had gemaakt en dat er geen gegronde reden was om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. De SVB had het bezwaar dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en niet verschoonbaar is.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/6807
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] (Suriname), eiseres

(gemachtigde: mr. W. Hoebba),
en

de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), verweerder

(gemachtigde: mr. E.M. Mulder).
Partijen worden hierna aangeduid als [eiseres] en de SVB.

Procesverloop

Met een besluit van 30 juli 2020 (het primaire besluit) heeft de SVB de Anw [1] -uitkering van [eiseres] ingetrokken over de periode augustus 2012 tot en met juli 2019.
Met een besluit van 13 november 2020 (het bestreden besluit) heeft de SVB het bezwaar van [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend.
[eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2021 via een videoverbinding.
[eiseres] en de SVB hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Aan het einde van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Vast staat dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. De rechtbank moet daarom beoordelen of er sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding. Op basis van de tekst van het primaire besluit, dacht [eiseres] dat zij eerst moest bellen naar de SVB voordat ze bezwaar kon maken. In het primaire besluit staat echter vermeld op welke wijze en binnen welke termijn bezwaar moet worden gemaakt. Ook de medewerker van de SVB, die [eiseres] op 5 augustus 2020 heeft gesproken, heeft gewezen op het belang van de termijn waarbinnen bezwaar moet worden gemaakt.
3. De rechtbank is van oordeel dat de rechtsmiddelenclausule in het primaire besluit voldoende duidelijk is: er staat vermeld dat een bezwaarschrift uiterlijk 10 september 2020 ontvangen moet zijn, en dat het bezwaar anders niet behandeld kan worden. Ook staat vermeld op welke wijze dit kan: schriftelijk of digitaal. Daarmee is [eiseres] voldoende geïnformeerd over de bezwaarmogelijkheid, en kan redelijkerwijs worden aangenomen dat het haar bekend was dat het bezwaar te laat zou zijn als zij de termijn aan zich voorbij zou laten gaan. Als [eiseres] de rechtsmiddelenclausule niet goed begreep, dan lag het op haar weg om daarover advies te vragen. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is geen sprake. De SVB heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. van der Linden-Kaajan, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Camps, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2021.
griffier
rechter
De rechter is verhinderd te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Voetnoten

1.Anw: Algemene nabestaandenwet.