Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te Den Haag, eiser,
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zijn auto zonder betaald parkeren stond geparkeerd ter hoogte van een adres in Amsterdam. Eiser voerde aan dat hij dacht op eigen terrein te staan, waar geen parkeerbelasting geldt, mede omdat de plek niet was gemarkeerd met witte parkeervakken maar met andere klinkers.
De rechtbank oordeelde dat parkeren moet worden begrepen als het plaatsen van een voertuig op voor het openbaar verkeer openstaande terreinen waar dit niet verboden is. Dit omvat ook parkeren buiten de parkeervakken. De Verordening Parkeerbelasting 2020 van Amsterdam maakt geen onderscheid tussen parkeren binnen of buiten parkeervakken.
De rechtbank stelde vast dat de plek waar eiser stond een fiscale parkeerplek is waar parkeerbelasting verschuldigd is. Ook was het voldoende kenbaar dat betaald parkeren geldt, omdat er parkeerautomaten en borden in de nabijheid stonden. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.