Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 22 januari 2021,
- de Engelse vertaling van het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 5 maart 2021,
- de in de Engelse taal gestelde brief van de griffie van de rechtbank aan Microsoft van 16 maart 2021, met de vraag of Microsoft gehoord wenst worden op het verzoek,
- informatie van DHL betreffende voornoemde brief aan de hand van het daaraan toegekende zendingsnummer, inhoudende dat de brief op 18 maart 2021 is bezorgd,
- het e-mailbericht van de rechtbank aan de gemachtigde van verzoeker van 21 april 2021, met het verzoek de gestelde bevoegdheid van de Nederlandse rechter nader toe te lichten, en de reactie hierop van de gemachtigde van 30 april 2021,
- het e-mailbericht van de rechtbank aan de gemachtigde van verzoeker van 10 juni 2021, met een volgend verzoek om een nadere toelichting aangaande de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, en de reactie hierop van de gemachtigde van 25 juni 2021.
2.Het verzoek
3.De beoordeling
eDate Advertising GMBH/ Martinez) volgt dat artikel 7, punt 2 van Brussel I bis-Verordening bij vermeende schending van persoonlijkheidsrechten door op internet geplaatste content zo moet worden uitgelegd, dat het slachtoffer de vordering ook kan indienen bij het gerecht waar hij het centrum van zijn belangen heeft. Wat onder dit begrip moet worden verstaan is door het HvJ EU als volgt toegelicht:
“Die plaats is meestal de gewone verblijfplaats van het slachtoffer, maar het kan ook gaan om een lidstaat waar het slachtoffer niet gewoonlijk verblijft, voor zover uit andere aanwijzingen, zoals de uitoefening van een beroepsactiviteit, kan blijken dat er sprake is van een bijzonder nauwe band met die staat.”
als zodanigin Nederland uitoefent. De rechtbank heeft verzoeker daarom om een nadere toelichting gevraagd.