Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2021:3581

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 juni 2021
Publicatiedatum
10 juli 2021
Zaaknummer
13/013630-96
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling en voorwaardelijke verpleging met twee jaren

De terbeschikkinggestelde is sinds 1997 veroordeeld en ter beschikking gesteld vanwege ernstige zedendelicten gericht op minderjarige jongens. Na jaren behandeling en een voorwaardelijke beëindiging van de tbs in 2016, traden incidenten op waaronder het wissen van zoekopdrachten en het installeren van een kluis op zijn computer.

Adviezen van de psychiater en reclassering stelden vast dat de terbeschikkinggestelde een pedofilie-diagnose heeft, beperkte probleemoplossende vaardigheden, en moeite met openheid over zijn gevoelens en gedrag. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag tot matig bij voortzetting van de tbs, maar stijgt bij beëindiging.

De rechtbank oordeelt dat het pensioen van de terbeschikkinggestelde nadert, waardoor een belangrijke beschermende factor wegvalt. Gezien de incidenten en het gebrek aan openheid acht de rechtbank verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren noodzakelijk om de veiligheid van anderen te waarborgen en de situatie verder te monitoren.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling en de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging met twee jaren.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/013630-96; 23/004036-96
Beslissing op de op 12 mei 2021 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 11 mei 2021 in de zaak tegen:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren op [geboortedag] 1955 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] ,
hierna: de terbeschikkinggestelde.

De terbeschikkingstelling

Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 6 juni 1997 de terbeschikkinggestelde veroordeeld ter zake van 1. “met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen”, 2. “met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd”; 3. “een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand is betrokken, die kennelijk de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, vervaardigen, meermalen gepleegd” en hem ter beschikking gesteld met bevel dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
De verpleging van overheidswege is bij beslissing van deze rechtbank van 1 september 2016 voorwaardelijk beëindigd.
De termijn van de terbeschikkingstelling is de laatste keer bij beslissing van deze rechtbank van 3 juni 2020 met één jaar werd verlengd. De rechtbank heeft toen ook een van de voorwaarden gewijzigd in die zin dat de terbeschikkinggestelde zich aan de afspraken aangaande het gebruik van internet en (mobiele) gegevensdragers houdt en zich hierin laat controleren door de begeleiding van de woonvoorziening, de reclassering en indien de reclassering hier aanleiding toe ziet de politie.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met twee jaren.

De procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het op 11 maart 2021 op grond van artikel 6:6:12, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies van de psychiater K.N. Broek, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar;
  • het op 22 april 2021 op grond van artikel 6:6:12, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies van Reclassering Nederland, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar;
  • de voortgangsverslagen van GGZ Verslavingszorg Noord Nederland Assen van 17 en 28 augustus 2020, 25 november 2020 en 1 maart 2021;
  • de schriftelijke waarschuwingen van Reclassering Nederland aan het adres van de terbeschikkinggestelde van 17 december 2020 en 25 mei 2021.
De rechtbank heeft op 22 juni 2021 de officier van justitie mr. M.L.A. ter Veer, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. R. Lonterman, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige J.H. Lammers, reclasseringswerker, op de openbare terechtzitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Aan het adviesrapport van de psychiater van 11 maart 2021 wordt – zakelijk weergegeven – het volgende ontleend:
Kernproblematiek
Betrokkene is gediagnosticeerd met pedofilie, waarbij hij gericht is op jongens in de leeftijd van zes tot vijftien jaar oud. Hij heeft een verbale intelligentie op verstandelijk beperkt niveau en een handelingsgerichte intelligentie op gemiddeld niveau. Hij heeft een persoonlijkheidsstoornis met vermijdende en afhankelijke trekken, waarbij hij geremd is in interpersoonlijke situaties, kritiek of afwijzing vermijdt, en moeite heeft met het uiten van meningsverschillen.
Behandelverloop en risicotaxatie
Betrokkene werd in 1997 opgenomen bij [kliniek] . In de behandeling is ingestoken op de seksualiteit, waarvan het delictscenario onderdeel uitmaakte. Ook werd ingestoken op de sociale vaardigheden om de copingvaardigheden te vergroten, zodat hij minder vermijdend en afhankelijk zou zijn. Daarnaast werden ook de trauma’s behandeld die ontstaan waren doordat hij zelf seksueel was misbruikt. Toen al werd voorzien dat betrokkene altijd hulp en ondersteuning nodig zou blijven houden, omdat hij onvoldoende probleemoplossende vaardigheden kon ontwikkelen: hij bleef de neiging houden zich af te zonderen, had moeite met het vragen van hulp, en bleef weinig open over zijn beleving van seksualiteit. Een eerste resocialisatiepoging in 2007 bij een beschermde woonvorm van [naam 1] mislukte na drie jaar. Betrokkene had moeite met het idee dat hij gecontroleerd werd, veranderde de sloten van zijn kamer, en begon zich steeds meer af te zonderen. In 2010 werd hij weer teruggeplaatst naar [kliniek] . Bij de verhuizing werden op zijn kamer een exemplaar gevonden van ‘Ouders van nu’ en drie plaatjes van kinderen. In 2012 verhuisde betrokkene naar een beschermde woonvorm van [naam 2] . Daar functioneerde hij stabiel, ondanks dat hij gering inzicht had in zijn problematiek en dat de gesprekken over seksualiteit moeizaam verliepen. Op 1 september 2016 werd de tbs-maatregel voorwaardelijk beëindigd. Zijn vrijheden werden langzaam uitgebreid en op 19 december 2016 verhuisde betrokkene naar een zelfstandige bungalow van [naam 2] , vlak achter de woonvorm. In deze bungalow zou hij in principe de rest van zijn leven kunnen blijven wonen. De afgelopen jaren was er een aantal incidenten. In december 2020 heeft betrokkene een officiële waarschuwing gekregen vanwege het wissen van de zoekopdrachten en het installeren van een kluis op zijn computer. Ook waren er in 2020 nog zoekopdrachten op zijn laptop gevonden met betrekking tot seksueel misbruik van kinderen en kinderondergoed en -zwemkleding van de HEMA. Het gebrek aan openheid over zijn gedrag en zijn gevoelens is risicoverhogend.
Het is risicoverhogend dat betrokkene aangeeft helemaal niet meer met de indexdelicten bezig te zijn en dat hij zegt zelfs een van de indexdelicten vergeten te zijn. Hij toont geen empathie voor zijn slachtoffers als hij zegt dat hij geen idee heeft wat hij bij de jongens mogelijk heeft aangericht. Hij ontkent nog seksuele gevoelens te hebben voor jongens, ofschoon dergelijke gevoelens niet zomaar vanzelf plegen over te gaan. Hij zegt een relatie met een volwassen man te willen hebben, maar er is nooit iets ontstaan wat heeft geleid tot relatievorming. Gesprekken over seksualiteit verlopen moeizaam. Hij heeft gedurende de behandeling zijn sociale vaardigheden uitgebreid, maar zijn leerbaarheid bleef beperkt, en nog altijd kan hij
niet goed uitspreken wat hem dwars zit en heeft hij de neiging om zich terug te trekken. Het netwerk van betrokkene is beschermend, maar beperkt. Intensievere contacten met mensen die dichterbij wonen, zoals met medebewoners of collega’s, houdt hij af. Daarbij stopt zijn werk in de loop van volgend jaar, omdat hij dan met pensioen gaat. De grootste beschermende factoren zijn de contacten met de begeleiders van [naam 2] , de behandelaar en de toezichthouder, die het in een vroeg stadium kunnen signaleren als de spanning oploopt, of hij zich afzondert, of als er toch weer sprake is van contacten met jongens en van een groomingproces. Het risico op een recidive van een zedendelict van betrokkene gedurende een tbs met voorwaardelijke beëindiging van de verpleging wordt van laag tot matig geschat, het risico bij beëindiging van de tbs als oplopend van matig tot hoog. De situatie zal de komende jaren niet veranderen.
Koers en advies
De voorwaarden zoals die door de reclassering zijn opgesteld zijn op dit moment adequaat, waardoor de maatschappelijke risico’s aanvaardbaar zijn. Betrokkene lijkt zijn behandelplafond bereikt te hebben, waardoor zijn situatie stabiel is, en het de vraag is of er nog vooruitgang zal zijn door het inslijten van gedrag.
Het advies is de tbs met twee jaar te verlengen. Voorwaarden zoals die geformuleerd zijn in een civiel kader, zoals in de WZD en WVGGZ zullen niet voldoende zijn om de risico’s in te perken, omdat deze gericht zijn op zorg voor de patiënt en niet zozeer op recidivebeperking. De voorwaarden en handhaving in een civiel kader zoals van de WZD of in de WVGGZ bieden niet eenzelfde niveau van bescherming als een tbs-kader.
Aan het reclasseringsrapport van 22 april 2021 wordt – zakelijk weergegeven – het volgende ontleend:
In 2012 werd betrokkene uitgeplaatst naar de huidige begeleide woonvoorziening van [naam 2] . Hij woont daar sinds ongeveer vijf jaar in een eigen appartement, met de (24 uurs) woonbegeleiding op korte loopafstand. Betrokkene heeft het afgelopen jaar (hoofdzakelijk) niet zijn gebruikelijke verloven kunnen genieten, laat staan uitbreiden. De zorgen rondom de gebrekkige openheid die betrokkene geeft, blijven bestaan. Ook het afgelopen jaar hebben er incidenten plaatsgevonden die dit onderschrijven.
Betrokkene zal rond juni 2022 met pensioen gaan. Zijn werk wordt gezien als belangrijke beschermende factor. Betrokkene heeft zelf nog geen idee hoe hij de tijd die hij dan overheeft wil gaan doorbrengen. Het lijkt erop dat betrokkene vooral dingen alleen wil doen die lastig controleerbaar zijn en waarbij beschermende factoren zoals zijn (beperkte) netwerk niet altijd worden ingezet. Hier ligt dan ook een grote zorg. Er moet dus nog gestart worden met het onderzoek of uitbreiden van de verloven op verantwoorde wijze kan. Daarnaast is de vraag hoe betrokkene zich staande houdt als zijn werk wegvalt. Het is daarom noodzakelijk dat dit alles gemonitord word binnen een justitieel kader. Zonder een dergelijk kader is de verwachting dat betrokkene nog minder openheid zal geven. Gelet op bovenstaande zaken is een verlenging van de maatregel met twee jaren noodzakelijk.
De deskundige heeft dit reclasseringsadvies op de openbare terechtzitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.
De deskundige heeft onder meer naar voren gebracht dat er na het verlengingsadvies van 22 april 2021 nog een voortgangsrapport is opgesteld, daterend van 3 juni 2021. Daarin is vermeld dat de terbeschikkinggestelde op 25 mei 2021 opnieuw een officiële waarschuwing heeft gekregen, na controle van zijn gegevensdrager, waarbij hij geen opening van zaken heeft gegeven. Het kernprobleem is dat het voor betrokkene heel moeilijk is om die openheid te verschaffen. Hij zoekt wat betreft het opzoeken en bekijken van filmpjes de grens op.
De rechtbank is – gelet op het advies, het verhandelde ter zitting en de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht – van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling en de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met twee jaren wordt verlengd.
De rechtbank overweegt het volgende. De rechtbank constateert dat zich het afgelopen jaar een aantal incidenten heeft voorgedaan. Over iets meer dan een jaar gaat de terbeschikkinggestelde met pensioen. Een van de beschermende factoren – het werk van de terbeschikkinggestelde – valt daarmee weg. De deskundige heeft laten weten dat de afgelopen periode is gebleken dat meer vrije tijd ook betekent meer incidenten die elkaar bovendien in rap tempo opvolgen. Grootste zorg is dat de terbeschikkinggestelde geen openheid betracht. De komende twee jaar kan worden bekeken hoe de terbeschikkinggestelde omgaat met zijn vrije tijd na het wegvallen van zijn werk, en of de terbeschikkinggestelde de nodige openheid betracht en aan de bel trekt als hij neigingen heeft tot grensoverschrijdend gedrag. Een verlenging voor de duur van één jaar wordt door de rechtbank te kort geacht, nu het pensioen van de terbeschikkinggestelde pas aanvangt over ruim een jaar.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] met
twee jaren, met verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege onder voorwaarden.
Deze beslissing is gegeven door
mr. H.E. Hoogendijk, voorzitter,
mrs. L.R. Wisse en M.M. Prinsen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. Cordia, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 juni 2021.
De jongste rechter is buiten staat
deze beslissing mede te ondertekenen.