Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
De comparanten verklaren:
zij wonen sinds vier maart tweeduizend acht samen en voeren een gemeenschappelijke huishouding;
Tussen partijen bestaat geen gemeenschap van goederen behoudens de mogelijkheid dat goederen in mede-eigendom worden verkregen krachtens een gezamenlijke aankoop, door schenking of krachtens erfrecht.
dat hungemeenschappelijkezaken zijn: het woonhuis aan de [adres 1] ;
Partijen hebben een affectieve relatie gehad en voerden een gemeenschappelijke huishouding, welke relatie en huishouding inmiddels zijn geëindigd, hetgeen door beide partijen hierbij wordt bevestigd en aanvaard.
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.016,00