Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser] , te Heelsum, eiser (hierna: [eiser] ),
Procesverloop
Overwegingen
[eiser] heeft aangevoerd dat er ten onrechte geen hoorzitting heeft plaatsgevonden en dat hij hierdoor is benadeeld. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Onder de gedingstukken bevindt zich een mail van [eiser] van 16 januari 2020 aan de heer Laing, een medewerker van de heffingsambtenaar. Daarin refereert [eiser] aan een hoorzitting eerder op diezelfde dag. In de uitspraak op bezwaar wordt voorts melding gemaakt van een telefonische hoorzitting waarin het bezwaarschrift en meegestuurde foto’s puntsgewijs zijn besproken. Hetgeen [eiser] aanvoert mist dan ook feitelijke grondslag zodat deze beroepsgrond niet slaagt. Dat er volgens [eiser] onmogelijk, gezien de korte tijd tussen de hoorzitting en de uitspraak op bezwaar, (goed) naar hem kan zijn geluisterd en er een verslag van de hoorzitting ontbreekt, maakt dit niet anders.
Voor zover er verschillen bestaan tussen de woning en de vergelijkingsobjecten, is de rechtbank van oordeel dat de heffingsambtenaar daarmee voldoende rekening heeft gehouden. De heffingsambtenaar heeft de gemiddelde gecorrigeerde vierkantemeterprijs van de vergelijkingsobjecten vastgesteld op € 7.542,-. De getaxeerde vierkantemeterprijs van de woning van [eiser] is lager gewaardeerd, namelijk op € 6.496,-.
Voor zover er verschillen bestaan tussen de woning en de vergelijkingsobjecten, is de rechtbank van oordeel dat de heffingsambtenaar daarmee voldoende rekening heeft gehouden. De heffingsambtenaar heeft de gemiddelde gecorrigeerde vierkantemeterprijs van de vergelijkingsobjecten vastgesteld op € 7.772,-. De getaxeerde vierkantemeterprijs van de woning van [eiser] is lager gewaardeerd, namelijk op € 6.731,-.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraken op bezwaar;
- stelt de WOZ-waarde van de woning voor het belastingjaar 2019 vast op
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 96,- aan [eiser] te vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten tot een bedrag van € 1.598,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op