De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 juni 2021 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van diefstal met geweld op 31 december 2018. De aangever verklaarde te zijn beroofd door een man en vrouw, waarbij geweld werd gebruikt en hij aan zijn handen werd verwond. Verdachte werd aangewezen bij een fotoconfrontatie, maar ontkende de beschuldigingen.
De rechtbank vond de verklaring van de aangever onvoldoende betrouwbaar omdat deze niet werd ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier. Er was onduidelijkheid over de identiteit van de dader(s), mede door het gebruik van verschillende bijnamen en het ontbreken van onderzoek naar andere potentiële daders. Ook was verdachte aanzienlijk ouder dan het door de aangever opgegeven signalement.
De enkelvoudige fotoconfrontatie werd niet als overtuigend bewijs gezien, mede omdat aangever verdachte meerdere keren na het incident had gezien. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.