De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam legde op 9 oktober 2019 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan eiseres omdat haar auto zonder betaling geparkeerd stond aan de [straat] te Amsterdam. Eiseres voerde aan dat zij vanwege haar hoge leeftijd en onbekendheid met het nieuwe parkeerregime in Amsterdam niet op de hoogte was van de parkeerbelasting en dat de heffingsambtenaar niet voldeed aan zijn informatieplicht.
De rechtbank overwoog dat de heffingsambtenaar aan zijn informatieplicht had voldaan door het plaatsen van parkeerautomaten en borden in de directe omgeving. Eiseres had haar onderzoeksplicht niet nageleefd door niet voldoende te letten op de aanwezige bebording en parkeerautomaten. Persoonlijke omstandigheden zoals leeftijd en mobiliteit spelen bij de objectieve parkeerbelasting geen rol.
De rechtbank stelde dat alleen in bijzondere gevallen sprake kan zijn van overmacht, bijvoorbeeld bij een noodsituatie, wat hier niet het geval was. Daarom was de naheffingsaanslag terecht opgelegd en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.