Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 maart 2020 van de stichting, met producties,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde] , met producties,
- het tussenvonnis van 27 januari 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- een brief van de stichting van 30 juni 2021, met producties 15 tot en met 17.
2.De feiten
1. De werkzaamheden
2.Onkostenvergoeding
Follow up Actions for Subrecipient
3.Het geschil
4.De beoordeling
onrechtmatig handelen
1.442,00(2,0 punten × tarief € 721,00)