ECLI:NL:RBAMS:2021:2599
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak feitelijk leidinggeven niet melden meldingsplichtige transacties Wwft
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van feitelijk leidinggeven aan het niet melden van meldingsplichtige transacties in de periode 2014-2015 volgens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
De verdediging stelde dat de feiten verjaard waren, maar de rechtbank oordeelde dat de verjaring was gestuit door een brief van het Openbaar Ministerie aan de rechter-commissaris in 2019, waardoor de vervolging ontvankelijk was.
De rechtbank stelde vast dat verdachte het melden had gedelegeerd aan de boekhouder, die deskundig was en regelmatig contact had met verdachte. Er was geen bewijs dat verdachte bewust opzet had op het niet melden; hij had geen aanleiding om te twijfelen aan de uitvoering van de meldplicht.
De rechtbank concludeerde dat er geen aanmerkelijke kans was dat verdachte bewust het niet melden aanvaardde en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. De rechtspersoon werd wel veroordeeld voor het niet nakomen van de meldplicht.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van feitelijk leidinggeven aan het niet melden van meldingsplichtige transacties onder de Wwft.