Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraakdatum: 28 april 2021
1.ABP,
GVB,
[verweerder sub 3],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
opeisenis, en dat zij, door zo te handelen, niet-opeisbare vorderingen feitelijk toch opeist. Niet alleen begrijpt ABP hiermee het karakter van de natuurlijke verbintenis verkeerd, zij doorbreekt bovendien op kwalijke wijze hetgeen de wetgever met de schone lei heeft beoogd.