Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[persoon] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een kort geding waarin een cliënt van het Leger des Heils verzocht om een verbod op de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis. Het vonnis van 3 december 2020 bepaalde dat de cliënt de zorgwoning uiterlijk 8 januari 2021 moest verlaten. De cliënt stelde dat het vonnis berustte op feitelijke en juridische misslagen en dat hij zich nu wel openstelt voor hulpverlening.
De rechtbank oordeelde dat het uitgangspunt is dat een vonnis uitvoerbaar is, ook tijdens hoger beroep, tenzij zwaarwegende omstandigheden dit verhinderen. Er was geen sprake van een kennelijke misslag in het vonnis. De langdurige zorgweigering en agressie jegens hulpverleners, zoals vastgesteld in het eerdere vonnis, maakten het onwaarschijnlijk dat de cliënt nu wel zorg zou accepteren.
De belangenafweging wees uit dat het belang van het Leger des Heils om de woning leeg op te leveren zwaarder woog dan het belang van de cliënt om in de woning te blijven. Bovendien was noodopvang aangeboden. De vordering tot executieverbod werd afgewezen en de cliënt werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op ontruiming wordt afgewezen; cliënt moet woning verlaten.