Op 25 januari 2021 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van boodschappen bij winkelbedrijf Dirk van den Broek te Amsterdam. Getuigenverklaringen en een tassencontrole bevestigden dat verdachte goederen niet afgerekend had. Verdachte gaf tegenstrijdige verklaringen over zijn intentie, welke de rechtbank niet geloofwaardig achtte.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte het oogmerk had om de goederen wederrechtelijk toe te eigenen en dat sprake was van een voltooide diefstal. Verdachte is strafbaar en er is geen rechtvaardigingsgrond aanwezig.
De officier van justitie vorderde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar vanwege het hoge recidiverisico en de ernst van de feiten. De raadsman verzocht primair om vrijspraak of subsidiair om een voorwaardelijke maatregel of vermindering van de duur.
De rechtbank volgde het advies van de reclassering dat verdachte voldoet aan de harde en zachte ISD-criteria vanwege zijn instabiele leefomstandigheden, eerdere veroordelingen en het hoge recidiverisico. Gezien de verblijfsstatus kent de maatregel geen extramurale fase, daarom werd de duur beperkt tot één jaar. Een tussentijdse toets vindt plaats na zes maanden om de voortzetting te beoordelen.