Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 12 juni 2021.
Rechtbank Amsterdam
Klager diende een klaagschrift in tegen de inhouding van zijn rijbewijs na een verkeersaanhouding waarbij hij een alcoholgehalte van 685 µg/l in uitgeademde lucht had. Het rijbewijs was op 14 maart 2021 ingevorderd en door de officier van justitie ingehouden tot uiterlijk 10 september 2021.
De officier van justitie stelde dat een ontzegging van de rijbevoegdheid van 8 maanden, waarvan 4 weken voorwaardelijk, zou worden gevorderd. Klager gaf aan dat hij het rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk, waarbij hij diverse locaties bezoekt en materiaal vervoert. De rechtbank oordeelde dat de inhouding rechtmatig was, maar gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager en het ontbreken van eerdere veroordelingen, achtte zij het mogelijk dat de strafrechter een kortere inhoudingsduur zou compenseren met een andere straf.
Daarom verklaarde de rechtbank het klaagschrift deels gegrond en gelastte de teruggave van het rijbewijs per 12 juni 2021. Dit laat de mogelijkheid open dat de strafrechter later alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging oplegt die langer duurt dan de inhouding. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het rijbewijs wordt per 12 juni 2021 aan klager teruggegeven, ondanks eerdere inhouding wegens alcoholgebruik.