Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 28 mei 2021.
Rechtbank Amsterdam
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de inhouding van zijn rijbewijs na een snelheidsovertreding op 28 maart 2021, waarbij hij de maximumsnelheid met 82 kilometer per uur overschreed. Hij gaf aan het rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk en het verzorgen van zijn kinderen.
De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat de snelheidsovertreding ernstig was, maar hield rekening met het feit dat klager niet eerder was veroordeeld. De officier was bereid het rijbewijs per 28 mei 2021 terug te geven en stelde een ontzegging van de rijbevoegdheid voor van vier maanden, waarvan twee voorwaardelijk.
De rechtbank oordeelde dat de inhouding van het rijbewijs rechtmatig was, maar gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager en het ontbreken van eerdere veroordelingen, werd het klaagschrift deels gegrond verklaard. De teruggave van het rijbewijs werd gelast per 28 mei 2021, met behoud van de mogelijkheid dat in de strafzaak een langere ontzegging kan worden opgelegd.
Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het rijbewijs van klager wordt per 28 mei 2021 teruggegeven, ondanks de snelheidsovertreding van 82 km/u boven de limiet.