Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 3 mei 2021.
Rechtbank Amsterdam
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de inhouding van zijn rijbewijs na een snelheidsovertreding op de Rijksweg A10 te Amsterdam. Het rijbewijs werd op 3 april 2021 ingevorderd vanwege een overschrijding van de maximumsnelheid met 64 km/u. De officier van justitie hield het rijbewijs twee maanden in tot 3 juni 2021.
Klager stelde dat de maximumsnelheid na 19:00 uur op het betreffende wegdeel 120 km/u is en dat zijn rijbewijs omstreeks 19:12 uur werd ingevorderd. Tevens gaf hij aan het rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk in de zorg, wat door de inhouding ernstig wordt belemmerd.
De officier van justitie erkende de ernst van de overtreding maar hield rekening met het feit dat klager niet eerder was veroordeeld en stelde een ontzegging van de rijbevoegdheid van 8 weken voor, waarvan 4 weken voorwaardelijk. De rechtbank oordeelde dat het klaagschrift deels gegrond is en gelast de teruggave van het rijbewijs per 3 mei 2021, met behoud van de mogelijkheid voor latere onvoorwaardelijke ontzegging.
De beslissing is genomen door rechter M.A.E. Somsen op 30 april 2021, en tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het rijbewijs van klager wordt per 3 mei 2021 teruggegeven na gedeeltelijke gegrondverklaring van het klaagschrift.