Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond.
Rechtbank Amsterdam
Klaagster reed op 2 april 2021 met een alcoholpromillage van 590 µg/l op een scooter en veroorzaakte daarbij een ongeval. Haar rijbewijs werd daarop ingevorderd en voor vier maanden ingehouden door de officier van justitie. Klaagster diende een klaagschrift in voor teruggave van haar rijbewijs, waarbij zij haar spijt betuigde en haar noodzaak voor het rijbewijs voor werk en sociale contacten toelichtte.
De officier van justitie verzette zich niet tegen de teruggave, mede omdat verwacht werd dat een onvoorwaardelijke ontzegging korter zou zijn dan de duur van de inhouding. De rechtbank oordeelde dat de inhouding rechtmatig was, gezien het alcoholpromillage en het ongeval, maar hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van klaagster en de verwachting dat de ontzegging korter zou zijn dan de inhouding.
Daarom verklaarde de rechtbank het klaagschrift gegrond en gelastte de teruggave van het rijbewijs. Klaagster kan tegen deze beslissing beroep in cassatie instellen binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs aan klaagster ondanks het alcoholincident en ongeval.