Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 26 mei 2021.
Rechtbank Amsterdam
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de inhouding van zijn rijbewijs, dat op 17 maart 2021 is ingevorderd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 57 km/u op de A10 te Amsterdam. De officier van justitie had het rijbewijs voor vier maanden ingehouden, tot uiterlijk 15 juli 2021. Klager stelde dat hij zijn rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk en dat hij een first offender is.
De officier van justitie stelde dat het gedrag van klager onverstandig was en dat hij meerdere keren met justitie in aanraking was geweest, ook voor verkeerszaken. De rechtbank oordeelde dat de inhouding op grond van artikel 164 lid 4 WVW Pro 1994 rechtmatig was vanwege de ernstige snelheidsovertreding, maar hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van klager.
De rechtbank besloot dat het rijbewijs per 26 mei 2021 moet worden teruggegeven, omdat het mogelijk is dat bij de strafzaak een kortere duur van inhouding wordt gecompenseerd met een geldboete, taakstraf of gedeeltelijk voorwaardelijke ontzegging. De beslissing laat de mogelijkheid open dat later alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging wordt opgelegd die de duur van de inhouding overtreft.
Uitkomst: Het rijbewijs van klager wordt per 26 mei 2021 teruggegeven na inhouding wegens ernstige snelheidsovertreding.