ECLI:NL:RBAMS:2021:2179
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met vaststelling hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie aangepast door coronacrisis
De rechtbank Amsterdam heeft op 6 mei 2021 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een man en een vrouw, beiden met de Nederlandse en Turkse nationaliteit, gehuwd sinds 2010. De vrouw verzocht de echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting, hetgeen door de man niet werd betwist.
De rechtbank stelde vast dat het hoofdverblijf van de minderjarige kinderen bij de vrouw zal zijn en nam een zorgregeling aan waarbij de kinderen doordeweeks en het eerste weekend van de maand bij de vrouw verblijven, en overige weekenden bij de man. Tevens werd het huurrecht van de gezamenlijke woning aan de vrouw toegekend.
Met betrekking tot kinderalimentatie werd rekening gehouden met de drastische inkomensdaling van de man door de coronacrisis. De rechtbank stelde daarom een tijdelijke lagere bijdrage van €32,50 per kind per maand vast tot 1 januari 2022, waarna de alimentatie zal worden verhoogd naar het door de vrouw gevraagde bedrag van €227 per kind per maand.
De rechtbank beval partijen tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap over te gaan en wees overige verzoeken af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheidingsuitspraak zelf.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, hoofdverblijf bij vrouw, tijdelijke lagere kinderalimentatie vastgesteld met verhoging per 1 januari 2022.