Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van het feit en van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf
niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
benadeelde partij [aangever]toe tot een bedrag van
€ 405,14 (vierhonderdvijf euro en veertien eurocent)aan vergoeding van materiële schade en
€ 3.750,00 (drieduizendzevenhonderdvijftig euro)aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
overige niet-ontvankelijkin zijn vordering is.
ten behoeve van [aangever] aan de Staat € 4.155,14 (vierduizendhonderdvijfenvijftig euro en veertien eurocent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 52 (tweeënvijftig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.