Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), op [geboortedatum 1] 2009;
- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), op [geboortedatum 2] 2016.
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn voormalige partners met twee minderjarige kinderen. De vader had tot januari 2021 omgang met de kinderen, maar de moeder beëindigde deze vanwege vermoedens van mishandeling door de vader. De moeder deed aangifte en schakelde hulpverlening in. De vader ontkent mishandeling en stelt dat het om incidentele corrigerende tikken ging.
De rechtbank heeft de minderjarige gehoord en concludeert dat de vader het oudste kind heeft geslagen, wat het kind emotioneel heeft geraakt en het contact tijdelijk onmogelijk maakt. Ook voor het jongste kind acht de rechtbank omgang zonder begeleiding onverantwoord vanwege de omstandigheden. Daarom wijst de rechtbank de vordering tot omgang af.
Ten aanzien van de alimentatie oordeelt de rechtbank dat de vader de afgesproken maandelijkse bijdrage van €300 moet nakomen en de achterstallige alimentatie van €600 moet betalen, met wettelijke rente. De proceskosten worden door partijen ieder zelf gedragen.
Uitkomst: De omgangsvordering van de vader wordt afgewezen en de vader wordt veroordeeld tot betaling van de kinderalimentatie.