ECLI:NL:RBAMS:2021:1898
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel vanuit België
De rechtbank Amsterdam behandelde op 28 januari 2021 de vordering tot overlevering van een verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank van eerste aanleg te West-Vlaanderen. De verdachte, een Nederlandse staatsburger, wordt verdacht van betrokkenheid bij een transport van verdovende middelen van Antwerpen naar Kortrijk op 12 augustus 2020.
De verdediging stelde dat het EAB onvoldoende duidelijkheid bood over de gronden van verdenking, omdat de herkenning van de verdachte slechts op een foto zou zijn gebaseerd zonder verdere toelichting. De rechtbank verwierp dit verweer en overwoog dat het EAB voldoende informatie bevatte over de aard, tijdstip en plaats van het strafbare feit, en dat volgens vaste rechtspraak geen nadere gronden van verdenking hoeven te worden vermeld.
De rechtbank stelde vast dat het strafbare feit op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet staat en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is als medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet. De Belgische autoriteiten gaven de vereiste garantie dat de verdachte, indien veroordeeld, de straf in Nederland kan ondergaan. De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan.
Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.