Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlasteleggingen
zaak D– kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:
zaak A– kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:
zaak B– kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:
zaak C– kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Inleiding
Voor de zitting is het de rechtbank duidelijk geworden dat de vader van verdachte inmiddels is overleden. Op de zitting heeft verdachte verklaard dat het naar omstandigheden goed gaat met hem, maar dat hij een slechte periode achter de rug heeft. Vanaf december 2020 heeft hij veel gedronken waardoor hij in veel vervelende situaties terecht is gekomen.
4.Waardering van het bewijs
kandat hij de beledigende woorden heeft gezegd, er ook voldoende bewijs ligt dat verdachte de verbalisant heeft beledigd op 3 december 2020.
NJ 1987/888.
kandat hij de in de tenlastelegging opgenomen bewoordingen heeft geuit, de ten laste gelegde belediging bewezen. Gezien de standpunten van de officier van justitie en de raadsman behoeft dit oordeel geen verdere motivering.
NJ 1987/888en de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 2016 (ECLI:NL:GHAMS:2016:2741) blijkt dat de aanhouding waartegen verzet wordt gepleegd, voltooid kan zijn, maar dat neemt niet weg dat daarna nog verzet tegen de overbrenging naar het politiebureau kan worden gepleegd. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het gedrag van verdachte, te weten gewelddadig heen en weer te bewegen en trappende/schoppende bewegingen te maken, die de verdachte heeft verricht ten einde aan zijn aanhouding te ontkomen als verzet in de zin van wederspannigheid als bedoeld in artikel 180 Sr Pro is te kwalificeren.
5.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden.
3 (drie) maanden,van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
2 (twee) jaarvast.
1.Meldplicht
2.Ambulante behandeling
toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
1.
3.
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]