Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Aanleiding en beschuldiging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
- het derde kwartaal van het jaar 2015 en
- het vierde kwartaal van het jaar 2015 en
- het eerste kwartaal van het jaar 2016 en
- het tweede kwartaal van het jaar 2016 en
- het derde kwartaal van het jaar 2016 en
- het vierde kwartaal van het jaar 2016 en
- het eerste kwartaal van het jaar 2017 en
- het tweede kwartaal van het jaar 2017 en
- het derde kwartaal van het jaar 2017 en
- het vierde kwartaal van het jaar 2017,
- voornoemde verkoopfacturen valselijk op te maken teneinde in strijd met de waarheid te doen voorkomen dat [naam B.V. 1] en [naam B.V. 2] goederen bij [naam B.V. 3] hadden ingekocht en de facturen door [naam B.V. 3] waren verzonden en
- voornoemde bankafschriften valselijk op te maken teneinde in strijd met de waarheid te doen voorkomen dat [naam B.V. 1] en [naam B.V. 2] betalingen hebben gedaan aan [naam B.V. 3] , terwijl die betalingen in werkelijkheid niet waren gedaan;
- in voornoemde verkoopfacturen genoemde inkopen nooit zijn gedaan door [naam B.V. 1] en [naam B.V. 2] en de facturen niet door [naam B.V. 3] zijn opgemaakt en verstuurd en
- in voornoemde bankafschriften vermelde betalingen aan [naam B.V. 3] en ontvangen betalingen van [naam B.V. 4] . niet zijn gedaan,
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Beslag
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
24 (vierentwintig) maanden.
(zeven) jaar.