Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
Klager diende een klaagschrift in tegen de inhouding van zijn rijbewijs, omdat hij meent dat er geen reden was voor controle en dat zijn medische aandoening (Familiaire Mediterrane Koorts) niet is erkend. Hij betoogde dat hij de blaastest niet geweigerd had en dat het gebruik van mondspoeling met alcohol de ademtest beïnvloedde. Klager gaf ook aan dat hij zijn rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk als restauranthouder en voor de zorg van zijn gezin en zieke familie.
De officier van justitie verzette zich tegen teruggave van het rijbewijs vanwege de weigering tot medewerking aan de ademanalyse, eerdere veroordelingen voor rijden onder invloed en een geplande zitting op korte termijn. De rechtbank oordeelde dat de inhouding rechtmatig is, gelet op het vermoeden van weigering, het strafblad van klager en de waarnemingen van de verbalisanten, waaronder alcoholgeur, dubbele tong en onvastheid.
De rechtbank concludeerde dat het strafvorderlijk belang bij voortduring van de inhouding prevaleert boven het persoonlijke belang van klager en verklaarde het klaagschrift ongegrond. Klager kan tegen deze beslissing beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen de inhouding van het rijbewijs wordt ongegrond verklaard en de inhouding blijft gehandhaafd.