ECLI:NL:RBAMS:2021:1541

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 februari 2021
Publicatiedatum
1 april 2021
Zaaknummer
RK 21/657
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 509hh Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring beroep tegen gedragsaanwijzing wegens stalking en sepot zaak

Verdachte werd op 3 december 2020 door de officier van justitie een gedragsaanwijzing opgelegd op grond van artikel 509hh Sv, vanwege verdenking van stalking en het veroorzaken van vrees voor ernstig belastend gedrag en herhaald gevaar voor goederen. De gedragsaanwijzing verbood verdachte gedurende 90 dagen om zich op bepaalde adressen te bevinden en contact te hebben met bepaalde personen.

Verdachte stelde in het beroepschrift dat er geen sprake was van stalking omdat de wederrechtelijkheid en stelselmatigheid ontbraken, en dat er geen vrees voor ernstig belastend gedrag bestond. Tevens werd aangevoerd dat verdachte psychologische hulp had gezocht, waardoor toekomstig gevaar niet aannemelijk was.

De officier van justitie gaf aan zich niet te verzetten tegen het beroep en meldde dat de stalkingzaak zou worden geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Ook werd een voorwaardelijke sepot aangekondigd voor een mishandelingsverdenking.

De rechtbank oordeelde op 16 februari 2021 dat het beroep gegrond was en beëindigde de gedragsaanwijzing. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de gedragsaanwijzing wegens stalking wordt gegrond verklaard en de gedragsaanwijzing wordt beëindigd.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/311126-20
RK: 21/657
Beschikking op het beroep ex artikel 509hh lid 5 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verdachte] ,
geboren op [1994] te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres 1] , [plaats] ,
woonplaats kiezend op het adres van haar raadsman,
mr. I.J.G. van Raab van Canstein,
[adres, te plaats] ,
verdachte.

1.De procesgang

Het beroepschrift is op 4 februari 2021 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
In overleg met de raadsman en de officier van justitie, mr. R. Leuven, is het beroep buiten zitting afgedaan.

2.De inhoud van het beroepschrift

Het beroepschrift richt zich tegen de beslissing van officier van justitie van 3 december 2020 tot het opleggen van een gedragsaanwijzing.

3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft op voorhand als standpunt ingenomen zich niet te verzetten tegen gegrondverklaring van het beroep.

4.De beoordeling

Op 3 december 2020 heeft de officier van justitie verdachte op grond van artikel 509hh Sv een zogenoemde gedragsaanwijzing gegeven. Deze aanwijzing houdt in dat verdachte zich voor een periode van 90 dagen niet mag ophouden op de adressen:
  • [adres 2] te Amsterdam;
  • [adres 3] te Amsterdam;
  • [adres 4] te Amsterdam;
  • [adres 5] te Amsterdam;
en geen contact (direct of indirect) mag hebben met de volgende personen:
  • [persoon 1] , geboren op [1987] ;
  • [persoon 2] , geboren op [1985] ;
  • [persoon 3] , geboren op [1991] ;
  • [persoon 4] , geboren op [1962] ;
  • [persoon 5] , geboren op [1962] .
Uit de gedragsaanwijzing volgt dat deze is gegeven naar aanleiding van de verdenking dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit (stalking):
- in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van verdachte jegens een persoon of personen en
- in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor goederen oplevert.
In het beroepschrift is aangevoerd dat geen sprake is van stalking, nu de wederrechtelijkheid en stelselmatigheid ontbreken. Er is geen sprake van vrees voor ernstig belastend gedrag tegenover een of meerdere personen en verdachte heeft inmiddels psychologische hulp gevraagd, waardoor daarvan ook in de toekomst geen sprake zal zijn.
In zijn e-mail van 8 februari 2021 heeft de officier van justitie medegedeeld dat de stalkingszaak zal worden geseponeerd wegens gebrek aan bewijs en dat door het Openbaar Ministerie het standpunt is ingenomen dat de zaak voorwaardelijk zal worden geseponeerd wat betreft de verdenking van mishandeling. Daarom zal de officier van justitie zich niet verzetten tegen het beroep.
Gelet op de inhoud van het beroep en het door de officier van justitie ingenomen standpunt zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren.

5.De beslissing

De rechtbank komt tot de volgende beslissing.
De rechtbank verklaart het beroep
gegronden beëindigt
per heden, 16 februari 2021, de gedragsaanwijzing inzake [verdachte] voornoemd.
Deze beslissing is gegeven door
mr. E.G.C. Groenendaal, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2021.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.