Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiseres] ,
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
Geschil
Beoordeling
BESLISSING
BESLISSING
+
Rechtbank Amsterdam
Op 10 maart 2019 sloot eiseres overeenkomsten met De Witte Parel voor zaalhuur, catering en decoratie van haar huwelijksfeest gepland op 10 april 2020. Door de overheidsmaatregelen wegens de coronapandemie kon het feest niet doorgaan. Eiseres probeerde terugbetaling van haar aanbetalingen te verkrijgen, maar De Witte Parel weigerde en beriep zich op overmacht.
De kantonrechter oordeelde dat de overeenkomsten als een overeenkomst van opdracht moeten worden gezien en dat de prestatie blijvend onmogelijk was geworden door de overheidsmaatregelen. De eis tot ontbinding was daarom gegrond, ook al was er sprake van overmacht bij De Witte Parel.
De wederzijdse prestaties moesten ongedaan worden gemaakt, waarbij De Witte Parel recht had op een redelijke vergoeding van 5% van het totaalbedrag wegens gemaakte onkosten en loon. De Witte Parel werd veroordeeld om €2.660 terug te betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 juli 2020. De gevorderde dwangsom werd afgewezen en De Witte Parel werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter ontbond de overeenkomsten en veroordeelde De Witte Parel tot terugbetaling van €2.660 met wettelijke rente.