Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
[eiser] heeft nadien wel de scanfoto’s met datum en tijdstip ontvangen. [eiser] betwijfelt toch dat deze foto’s zijn genomen op [datum] 2020 om 13:14 uur. Hij vermoedt dat er door verweerder een fout is gemaakt. Hij komt wekelijks in de [straat] en parkeert daar regelmatig. De door verweerder overgelegde foto’s zijn volgens [eiser] van een ander moment. Ook begrijpt [eiser] niet hoe het mogelijk is dat er foto’s van de voor- en achterkant van zijn auto zijn genomen op hetzelfde tijdstip. De foto’s in het scandossier kunnen aldus [eiser] niet kloppen en tonen niet aan dat zijn auto stond geparkeerd.
Op de plek waar de auto van [eiser] stond, moet voor parkeren worden betaald op het tijdstip van constatering. Van parkeren is alleen geen sprake wanneer er onmiddellijk personen in- of uitstappen of wanneer er onmiddellijk zaken geladen en gelost worden. [3] Het is aan degene die zich op een van die uitzonderingen beroept om deze aannemelijk te maken. Daarin is [eiser] niet geslaagd. De foto’s die verweerder heeft overgelegd, laten zien dat de auto van [eiser] geparkeerd stond. Zo is bijvoorbeeld te zien dat de auto binnen het parkeervak staat, met de deuren dicht en zonder inzittenden en dat er geen personen te zien zijn die in- of uitstappen. Van laden of lossen of het in- en uitstappen van personen, zoals [eiser] stelt, is dus niet gebleken. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de auto van [eiser] geparkeerd stond. Onbetwist is dat voor dat parkeren parkeerbelasting moest worden betaald en dat [eiser] die niet heeft voldaan. De naheffingsaanslag is dus terecht opgelegd.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen uitspraak 1 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen uitspraak 2 gegrond en vernietigt uitspraak 2;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van uitspraak 2 in stand blijven;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de door [eiser] gemaakte proceskosten van € 85- ;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het door [eiser] betaalde griffierecht van € 48,- aan hem vergoedt.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op