De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 maart 2021 de vordering van de officier van justitie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse autoriteiten tegen een Nederlandse ingezetene.
Het EAB betrof een vrijheidsstraf van vijf jaar opgelegd door de Correctionele Rechtbank te Bordeaux bij verstek. Tijdens de procedure werd duidelijk dat het Franse vonnis op 17 april 2020 onherroepelijk was geworden en dat de Franse autoriteiten het EAB zouden intrekken, mede vanwege het afgeven van een WETS-garantie betreffende de opgeëiste persoon.
De rechtbank constateerde dat de overlevering niet langer gewenst was en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot in behandeling nemen van het EAB. Tevens stelde de rechtbank vast dat de overleveringsdetentie was beëindigd. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.