ECLI:NL:RBAMS:2021:1084

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 februari 2021
Publicatiedatum
15 maart 2021
Zaaknummer
C/13/696999 FA RK 21-701
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens onvoldoende vrijwilligheid

De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 februari 2021 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.

Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder maatschappelijke teloorgang, bedreiging van zijn eigen veiligheid en die van anderen, en het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag. De psychiater stelde dat betrokkene onvoldoende ziektebesef en bereidheid tot medicatie-inname toont, waardoor vrijwillige zorg niet toereikend is.

De advocaat van betrokkene pleitte primair voor afwijzing van het verzoek vanwege vermeende vrijwillige medicatie-inname en subsidiair voor aanhouding van het verzoek om nadere informatie over medicatieverstrekking via huisarts en apotheek. De rechtbank volgde dit niet en oordeelde dat de vrijwilligheid onvoldoende bestendig is en dat een zorgmachtiging noodzakelijk is als vangnet om tijdig in te kunnen grijpen.

De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor een periode van twaalf maanden tot uiterlijk 23 februari 2022, waarbij verplichte zorg in de vorm van medicatietoediening en beperkingen in de vrijheid van betrokkene werden toegestaan. Minder ingrijpende zorgvormen zoals toediening van vocht en voeding werden niet opgenomen, omdat de noodzaak daarvoor niet was aangetoond.

De beschikking is mondeling gegeven door rechter R.M. Troost en schriftelijk uitgewerkt op 8 maart 2021. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van twaalf maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/696999 / FA RK 21-701
kenmerk: 25582
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 23 februari 2021van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats] (Suriname),
wonende te [adres]
zorgaanbieder: Arkin,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. E.M. Fortuin te Amsterdam.

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 29 januari 2021.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 februari 2021, in het gebouw van de rechtbank Amsterdam, op de locatie Parnassusweg 220.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- advocaat betrokkene, mr. E.M. Fortuin;
- psychiater, mw. L. Giesberts.
De officier van justitie is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht
.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
De advocaat heeft tijdens de mondelinge behandeling primair om afwijzing van onderhavig verzoek bepleit gelet op de bereidheid van betrokkene om vrijwillig medicatie in te blijven nemen. Indien de rechtbank anders van oordeel is, heeft de advocaat verzocht om aanhouding van onderhavig verzoek. Er kan dan bij de huisarts en de apotheek geïnformeerd worden of het mogelijk is dat betrokkene zijn medicatie zelfstandig op recept aldaar kan ophalen. Indien dat mogelijk is, is eveneens op deze grond een zorgmachtiging niet noodzakelijk.
2.5
De rechtbank volgt de advocaat niet in haar verweer. Het is de rechtbank gebleken dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Tevens ziet de rechtbank geen aanleiding om onderhavig verzoek aan te houden. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.
Gelet op hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is de rechtbank met de psychiater van oordeel dat de vrijwilligheid onvoldoende bestendig is. Betrokkene uit zich ambivalent tegenover medicatie inname. De kans is reëel aanwezig dat zonder de kaders van de machtiging betrokkene zijn medicatie zal staken. Te meer nu het hem ontbreekt aan ziektebesef en –inzicht. Er is bij betrokkene aldus geen sprake van een consistente bereidheid tot behandeling en begeleiding. Voorts heeft de psychiater tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat zij zal informeren hoe de huisarts en de apotheek tegenover de mogelijkheid staan dat betrokkene zijn medicatie daar zelfstandig ophaalt. Echter, de rechtbank is eveneens in voornoemde situatie van oordeel dat een zorgmachtiging noodzakelijk is. De zorgmachtiging dient als een doorlopend vangnet zodat er tijdig ingegrepen kan worden indien het misgaat.
De rechtbank is om voorgaande redenen van oordeel dat verplichte zorg nodig is. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk:
  • toedienen van medicatie;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
2.6.
De rechtbank zal de verplichte zorg in de vormen van “het toedienen van vocht en voeding” en “het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening” niet in de zorgmachtiging opnemen, nu de noodzaak daarvan tijdens de mondelinge behandeling niet is gebleken.
2.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Hetgeen namens/door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.
2.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank ziet, anders dan door de advocaat is betoogd, geen aanleiding de zorgmachtiging in duur te bekorten. De situatie van betrokkene is al geruime tijd ongewijzigd gebleven waardoor er onvoldoende aanwijzingen zijn om aan te nemen dat met een kortere dan nader te noemen periode kan worden volstaan. De rechtbank zal daarom de zorgmachtiging verlenen voor de (verzochte) duur van twaalf maanden en geldt aldus tot en met uiterlijk 23 februari 2022.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats] (Suriname), inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 23 februari 2022;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 23 februari 2021 mondeling gegeven door mr. R.M. Troost, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door mr. S. Bien als griffier en op 8 maart 2021 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.