ECLI:NL:RBAMS:2021:1081
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslagaanvraag bij co-ouderschap zonder overeenkomst of beschikking
De eiser vroeg kinderbijslag aan voor zijn zoon, maar de Sociale Verzekeringsbank (SVB) wees dit af omdat het kind op de peildatum bij de moeder stond ingeschreven en er geen bewijs was van co-ouderschap.
De eiser stelde dat uit een proces-verbaal en een beschikking van de rechtbank Amsterdam blijkt dat sprake is van co-ouderschap, maar hij kon geen overeenkomst of rechterlijke beschikking overleggen waaruit volgt dat hij en de moeder het kind overwegend in gelijke mate verzorgen en onderhouden.
De SVB baseerde zich op de echtscheidingsakte waarin het hoofdverblijf en het recht op kinderbijslag aan de moeder toekomen. De rechtbank achtte de beleidsregel van de SVB omtrent co-ouderschap niet onredelijk en oordeelde dat de afwijzing van de kinderbijslagaanvraag op goede gronden was gebaseerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de kinderbijslagaanvraag is ongegrond verklaard omdat geen overeenkomst of rechterlijke beschikking over co-ouderschap is overgelegd.