Uitspraak
,
1.Procesverloop
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging ex artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij betrokkene niet wilde worden gehoord, werden de standpunten van de raadsvrouw, psychiater en arts in opleiding tot specialist besproken. De psychiater stelde dat betrokkene nog evident psychotisch is, angstig en achterdochtig, en dat verplichte zorg noodzakelijk is om de geestelijke gezondheid te stabiliseren.
De rechtbank oordeelde dat er geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden zijn en dat verplichte zorg proportioneel en noodzakelijk is. De zorgmachtiging omvat onder meer opname, medicatie, bewegingsbeperking en toezicht, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding, omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.
De machtiging geldt voor maximaal zes maanden, aansluitend op een eerdere crisismaatregel, en is gericht op het afwenden van ernstig nadeel en het bevorderen van stabilisatie en herstel van betrokkene.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor maximaal zes maanden.