Uitspraak
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
2.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Golfexploitatiemaatschappij Naarderbos B.V.
5.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
6.[gedaagde sub 6]
ND I en ND II opgericht. Daarbij zijn de erfpachtrechten en de opstalrechten van de golfbaan Naarderbos ondergebracht in ND I (9 holes, percelen 2458, 2459 een 2275), ND II (9 holes, percelen 2268, 2432, 2434 en 2436) en NBO (het clubhuis in het mfc).
an sichzal worden meegewogen bij de vraag of in de specifieke omstandigheden van dit geval sprake is geweest van misbruik van bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 BW Pro.
Dat NBO in de gegeven situatie surseance en geen faillissement heeft aangevraagd leidt niet tot het oordeel dat zij misbruik van recht heeft gemaakt. Immers ook in een faillissement is de curator bevoegd huurovereenkomsten op te zeggen en onweersproken is dat MG&H ook rekening hield met een beëindiging van de Huurovereenkomsten bij een faillissement van NBO. Dat betekent dat ervan uit moet worden gegaan dat het gezien de verlieslatende exploitatie van het mfc in elk geval (hetzij bij surseance hetzij bij faillissement) tot een beëindiging van de huurovereenkomsten, waar onder Huurovereenkomst A zou zijn gekomen, in weerwil van de overeengekomen looptijd tot 2054, en ongeacht het belang dat
Surseance
Weliswaar kan worden vastgesteld dat NBO door de vroegtijdige opzegging zich heeft kunnen bevrijden van een langlopende huurverplichting, hetgeen voor MG&H een aanzienlijk nadeel oplevert. Maar niet kan worden gezegd dat sprake is van
onevenredigheidtussen het belang van NBO bij uitoefening van de bevoegdheid om in surseance een huurovereenkomst op te zeggen en het belang van MG&H dat daardoor wordt geschaad. Al hetgeen MG&H daartoe verder heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.