ECLI:NL:RBAMS:2020:890
Rechtbank Amsterdam
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing vordering wegens niet-naleving precontractuele informatieplicht bij overeenkomst op afstand
Eisende partij vordert betaling van een hoofdsom van €157,32 wegens wanbetaling op een overeenkomst voor vaste communicatiediensten die op afstand is gesloten met gedaagde partij, een consument. De dagvaarding voldeed niet aan de vereisten van volledige en waarheidsgetrouwe feitenaanvoer, met name inzake de naleving van precontractuele informatieverplichtingen volgens artikel 6:230m lid 1 BW.
Eisende partij werd in de gelegenheid gesteld om de vordering nader te onderbouwen via een informatieformulier. Hoewel zij stelde dat aan de informatieverplichtingen was voldaan en daarbij verwijzingen naar haar website en algemene voorwaarden gaf, bleek uit de overgelegde stukken en schermafdrukken dat niet alle wettelijk vereiste informatie voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op duidelijke en begrijpelijke wijze aan gedaagde was verstrekt. Tevens ontbrak een volledige bevestiging van de overeenkomst op een duurzame gegevensdrager zoals vereist.
De rechtbank oordeelde dat niet volledig aan de informatieverplichtingen was voldaan en dat dit een sanctie rechtvaardigde. Gezien de jurisprudentie van het HvJEU diende de sanctie doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig te zijn. Daarom wees de rechtbank 50% van de hoofdsom af, wat als een passende sanctie werd beschouwd. De rest van de vordering werd toegewezen, met uitzondering van buitengerechtelijke kosten die als onredelijk hoog werden afgewezen.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van €78,66 plus rente en proceskosten, en verklaarde de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering gedeeltelijk toe en wijst 50% van de hoofdsom af wegens niet-naleving van precontractuele informatieverplichtingen.