Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek op de zitting
2.De beschuldiging
3.Waardering van het bewijs
contantuitbetaalde bedrag. Het verwijt dat verdachte gemaakt wordt ziet alleen op de vervalsing in verband met contante uitbetalingen.
4.Bewezenverklaring
- een kwitantie d.d. 6-6-2014, betreffende ‘ [naam 1] ’ (DOC-006-15), en
- een kwitantie d.d. 20-4-2015, betreffende ‘ [naam 2] ’ (DOC-007-04), en
- een kwitantie d.d. 20-6-2015, betreffende ‘ [naam 3] ’ (DOC-008-10),
- de kwitantie d.d. 6-6-2014, betreffende ‘ [naam 1] ’ (DOC-006-15) zou zijn opgemaakt ten bewijze van een contante betaling van een geldsom van [naam B.V. 1] , te weten EUR 725,-, aan [naam 1] , terwijl in werkelijkheid een lager geldbedrag contant is uitgekeerd, en
- de kwitantie d.d. 20-4-2015 (DOC-007-04) op 20 april 2015 door [naam 2] getekend zou zijn ten bewijze van een contante betaling van een geldsom van [naam B.V. 1] , te weten EUR 447,04, aan [naam 2] , terwijl voornoemde kwitantie in werkelijkheid niet door [naam 2] is ondertekend en geen geldbedrag contant is uitgekeerd op genoemde datum, en
- de kwitantie d.d. 20-6-2015 (DOC-008-10) op 20 juni 2015 door [naam 3] getekend zou zijn ten bewijze van een contante betaling van een geldsom van [naam B.V. 1] , te weten EUR 248,37, aan [naam 3] , terwijl voornoemde kwitantie in werkelijkheid niet door [naam 3] is ondertekend en geen geldbedrag contant is uitgekeerd op genoemde datum,
5.Bewijs
6.Motivering van de straf
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
40 (veertig) uur, met bevel voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 (twintig) dagen.