Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1986,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het [adres 1]
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
fair trialin de zin van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) geen sprake meer is.
4.Waardering van het bewijs
- “ [verdachte] heeft toch in die auto gereden?”
- “Wat zijn de volledige personalia van jouw broertje?”
- “De politie staat hier nu. Niet de belasting maar de politie, de recherche.”
- “Ik heb nu problemen op mijn dak.”
- “Ik ga die namen gewoon doorgeven.”
- “Ik ben er helemaal klaar mee.”
- een geldbedrag van 400 euro en een bankpas en een rijbewijs en een OV-chipkaart en een fitnesskaart en AH-bonuskaart en een portemonnee en een sleutelbos en een scootersleutel, toebehorende aan [persoon 1] ,
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [persoon 1] hebben gericht en tegen de nek en de rug van die [persoon 1] hebben gehouden en
- die [persoon 1] hebben geduwd, waardoor die [persoon 1] voorover viel en
- de handen)van die [persoon 1] op zijn rug hebben vastgebonden met ducttape en
- de zakken van die [persoon 1] hebben doorzocht en
- tegen die [persoon 1] hebben gezegd: "Niet kijken, niet kijken, niet kijken, anders schiet ik je voor je kop en anders trappen we je kop eraf" en
- die [persoon 1] in het gezicht hebben geschopt;
hebben hij, verdachte, en zijn mededaders
- die [persoon 1] naar de andere kant van het magazijn getrokken en
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [persoon 1] gericht en tegen de nek en de rug van die [persoon 1] gehouden en
- die [persoon 1] geduwd, waardoor die [persoon 1] voorover viel en
- de handen van die [persoon 1] op zijn rug vastgebonden met ducttape en
- tegen die [persoon 1] gezegd: "Niet kijken, niet kijken, niet kijken, anders schiet ik je voor je kop en anders trappen we je kop eraf" en
- die [persoon 1] in het gezicht geschopt.
5.Strafbaarheid van de feiten en van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
41 (eenenveertig) maanden.
5 (vijf) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
mrs. H.J. Fehmers en R. Godthelp, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, griffier,