Op 24 april 2019 vond in een woning aan de [adres] een gewapende overval plaats waarbij verdachte uit het raam sprong. In de woning werden 18,29 kilo MDMA in twee koffers met dubbele bodem aangetroffen, samen met weegschalen, een poepset en notities met berekeningen. Verdachte werd aangehouden en de rechtbank onderzocht of hij mede verantwoordelijk was voor de drugs.
De rechtbank concludeerde dat verdachte langer in Nederland verbleef dan hij verklaarde en dat hij als bewoner van de woning wetenschap had van en beschikkingsmacht over de drugs. Medeverdachte verklaarde dat verdachte de bewoner was en betrokken was bij het inpakken van de koffers. Verdachte werd vrijgesproken van het vervoeren van de drugs en van het (verlengde) uitvoer ten laste gelegde, omdat het bezit in de woning niet als begin van uitvoer kon worden aangemerkt.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleegde in het aanwezig hebben van de MDMA en legde een gevangenisstraf van drie jaar op, met aftrek van voorarrest. De straf werd lager vastgesteld dan de eis van vier jaar vanwege minder bewezen feiten, maar de organiserende rol van verdachte werd als strafverzwarend meegewogen. Verdachte had geen strafblad en het letsel door de val leidde niet tot strafvermindering.