De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil tussen huurders en woningstichting Eigen Haard over vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten en herstel van renovatieschade.
De huurders vorderden een vergoeding van €6.095,00 voor verhuis- en inrichtingskosten, stellende dat verhuizing noodzakelijk was vanwege de omvang van de renovatie en de gezondheidssituatie van hun kinderen. Daarnaast vorderden zij herstel of vergoeding van schade aan onder meer kunstgras, plinten en jaloezieën.
De rechtbank oordeelde dat de renovatie grotendeels in bewoonde staat plaatsvond en dat een volledige verhuizing niet noodzakelijk was. De tijdelijke ontruiming tijdens asbestsanering was niet onderdeel van de renovatie. De keuze van de huurders om elders te verblijven was niet voldoende onderbouwd om een noodzakelijke verhuizing aan te nemen. Daarom werd de vordering tot verhuisvergoeding afgewezen.
Ten aanzien van de schadeposten werd EH aansprakelijk gehouden voor beschadiging van het kunstgras en de noodzaak tot vervanging van jaloezieën en rolluiken. Voor deze posten werd de zaak aangehouden om nadere onderbouwing van schadebedragen en offertes te verkrijgen. Herstel door EH werd afgewezen vanwege de verstoorde relatie, en verrekening met de huur werd eveneens afgewezen.
De rechtbank nodigde partijen uit tot overleg om tot een minnelijke regeling te komen en bepaalde een nieuwe zitting voor nadere uitlatingen en bewijslevering.