De rechtbank Amsterdam heeft verdachte schuldig bevonden aan twee afzonderlijke mishandelingen gepleegd in juli 2020. Verdachte heeft op 5 juli 2020 een persoon met kracht op het achterhoofd geslagen en op 24 juli 2020 een ander persoon met de elleboog en vervolgens meermalen met de vuist op de borst gestoten. Het overige ten laste gelegde is niet bewezen verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de bewezen mishandelingen strafbaar zijn en dat verdachte strafbaar is, zonder dat sprake is van een rechtvaardigingsgrond. Gezien de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, is besloten tot oplegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaren.
De rechtbank nam het advies van de reclassering mee, die stelde dat alleen een ISD-maatregel passend is om recidive te voorkomen, omdat verdachte weinig ontvankelijk is voor verandering en maatschappelijke aansluiting mist. De maatregel wordt opgelegd zonder aftrek van voorarrest. Daarnaast wees de rechtbank vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen af of verklaarde deze niet-ontvankelijk.
De ISD-maatregel is bedoeld om de veiligheid van personen en goederen te waarborgen en gedragsverandering bij verdachte te bewerkstelligen. De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat de maatregel niet proportioneel zou zijn.