ECLI:NL:RBAMS:2020:6807
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzieningenrechter in echtscheidingszaak
Verzoeker, betrokken in een echtscheidingsgeschil, diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzieningenrechter die het kort geding behandelde over ontruiming van de woning. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat verzoeker niet tijdig kennis had kunnen nemen van enkele producties die door de wederpartij waren ingebracht.
De rechter had deze producties, bestaande uit bankafschriften, ondanks protest van verzoeker toegelaten en aangegeven dat zij niet van belang waren voor de beslissing. Verzoeker ontving de stukken pas na de zitting via zijn advocaat. De voorzieningenrechter stelde dat er geen sprake was van vooringenomenheid en dat de stukken correct waren verzonden.
De Wrakingskamer oordeelde dat geen schending van de beginselen van behoorlijke procesorde had plaatsgevonden. De stukken waren eenvoudig van aard, de inhoud was besproken en de strekking werd door verzoeker erkend. Het ontbreken van een nadere reactietermijn leidde niet tot de schijn van partijdigheid.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter is afgewezen wegens ontbreken van schending van beginselen van behoorlijke procesorde.