Bij de rechtbank Amsterdam is een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. R.H.C. Jongeneel, rechter te Amsterdam, door een partij in een civiele procedure. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat de advocaat van de wederpartij, mr. H.C. Bijleveld, tussen 2006 en 2013 rechter was in dezelfde handelskamer als de rechter. Verzoeker stelde dat dit een schijn van partijdigheid oplevert en dat de rechter zich daarom moest terugtrekken of de zaak moest worden verwezen naar een andere rechtbank.
De rechter verklaarde dat hij mr. Bijleveld uit het verleden kende, maar dat dit geen invloed had op zijn onafhankelijkheid. Er was geen herinnering aan gezamenlijke zaken en er was geen contact buiten het werk. Ook het feit dat de comparitie via Skype for Business plaatsvond en de verbinding tijdelijk wegviel, werd niet als grond voor wraking gezien.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing geven voor vooringenomenheid. Het negen jaar geleden gelijktijdig werkzaam zijn in dezelfde kamer is onvoldoende om die schijn te rechtvaardigen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd hervat in de stand van vóór het wrakingsverzoek.