Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregel
8.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
9.Ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
doodslag.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
5 (vijf) jaar.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd.
2 (twee) jaarvan de opgelegde gevangenisstraf heeft uitgezeten.
betaling aan de benadeelde partij [vader slachtoffer] van € 17.500,- (zeventienduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade (5 december 2019) tot de dag van de algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
ten behoeve van [vader slachtoffer] aan de Staat € 17.500,- (zeventienduizendvijfhonderd euro) te betalen,te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (5 december 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 1 (één) dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
betaling aan de benadeelde partij [moeder slachtoffer] van € 17.500,- (zeventienduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade (5 december 2019) tot de dag van de algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
ten behoeve van [moeder slachtoffer] aan de Staat € 17.500,- (zeventienduizendvijfhonderd euro) te betalen,te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (5 december 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 1 (één) dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
betaling aan de benadeelde partij [zoon 1] van € 70.000,- (zeventigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade (5 december 2019) tot de dag van de algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
overige niet-ontvankelijkin zijn vordering is.
ten behoeve van [zoon 1] aan de Staat € 70.000,- (zeventigduizend euro) te betalen,te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (5 december 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 1 (één) dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
betaling aan de benadeelde partij [zoon 2] van € 70.000,- (zeventigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade (5 december 2019) tot de dag van de algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
ten behoeve van [zoon 2] aan de Staat € 70.000,- (zeventigduizend euro) te betalen,te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (5 december 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 1 (één) dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.