Deze strafzaak betreft de verdenking van gewoontewitwassen van de rechten op het voormalige bordeel Yab Yum tussen 2004 en 2011. Het onderzoek richtte zich op de vermeende afpersing en bedreiging van de oud-eigenaar, die zou hebben geleid tot de overdracht van Yab Yum aan verdachte.
De officieren van justitie stelden dat verdachte en haar bestuurder Yab Yum hebben witgewassen door het voorhanden hebben, gebruiken en overdragen van de rechten, waarbij sprake was van een criminele herkomst. De verdediging voerde aan dat het causale verband tussen de afpersing en de overdracht ontbrak en dat Yab Yum niet uit enig misdrijf afkomstig was.
De rechtbank oordeelde dat niet kan worden vastgesteld dat de overdracht van Yab Yum aan verdachte het gevolg was van de afpersing of bedreiging. Het dossier gaf geen duidelijkheid over het beoogde resultaat van de afpersing en of deze gericht was op het verkrijgen van Yab Yum. Hierdoor ontbrak het vereiste causaal verband om witwassen te bewijzen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging witwassen. Daarnaast werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. Inbeslaggenomen voorwerpen blijven bewaard voor de rechthebbende.